Wanneer iemand overlijdt, krijgen de erfgenamen vaak te maken met een aangifte erfbelasting. Sinds 1 januari 2026 is een belangrijke regel veranderd: nabestaanden hebben aanzienlijk langer de tijd om de aangifte in te dienen.
Van 8 naar 20 maanden
Is iemand in 2026 of later overleden, dan ligt de uiterste inleverdatum voor de aangifte erfbelasting in principe 20 maanden na de overlijdensdatum.
Voor een overlijden in 2025 gold in beginsel nog een termijn van 8 maanden.
Voorbeeld
Moeder overlijdt op 15 mei 2026.
De uiterste datum voor het indienen van de aangifte ligt dan in beginsel 20 maanden later, dus rond 15 januari 2028. De precieze datum staat in de aangiftebrief van de Belastingdienst.
De verruiming geeft nabestaanden meer tijd om de nalatenschap zorgvuldig af te wikkelen.
Waarom is meer tijd nuttig?
Een aangifte erfbelasting kan soms relatief eenvoudig zijn. Maar regelmatig zijn er zaken die eerst moeten worden uitgezocht, bijvoorbeeld:
- de waarde van een woning;
- bank- en beleggingsrekeningen;
- een testament;
- een hypotheek of andere schulden;
- eerdere schenkingen;
- een eerder overleden echtgenoot;
- nog openstaande kindsdelen;
- rente die volgens een oud testament over die kindsdelen moet worden berekend.
Vooral wanneer één van de ouders al eerder is overleden, kan de berekening ingewikkelder zijn dan op het eerste gezicht lijkt.
Moet u dan ook 20 maanden wachten?
Nee.
De termijn van 20 maanden is een uiterste aangiftetermijn. Als alle gegevens beschikbaar zijn, kan de aangifte veel eerder worden gedaan.
Dat kan zelfs verstandig zijn. De nalatenschap wordt eerder fiscaal duidelijk en de erfgenamen weten eerder waar zij financieel aan toe zijn.
Let op belastingrente
Bij overlijdens in 2026 begint de Belastingdienst in beginsel pas na 20 maanden belastingrente te berekenen.
Dat betekent echter niet dat u een onvolledige of onjuiste aangifte zonder gevolgen kunt indienen. Wordt later duidelijk dat te weinig erfbelasting is aangegeven, dan kunnen alsnog fiscale gevolgen ontstaan.
Een correcte aangifte blijft daarom belangrijk.
Vader of moeder was al eerder overleden?
Dit is een punt dat bij de aangifte regelmatig over het hoofd wordt gezien.
Als bijvoorbeeld vader twaalf jaar geleden is overleden en moeder overlijdt nu, kunnen de kinderen nog een vordering op moeder hebben uit de nalatenschap van vader.
Die vordering kan inmiddels zijn verhoogd met rente.
Bij het overlijden van moeder kan die schuld mogelijk van haar nalatenschap worden afgetrokken. Daarvoor moet onder meer worden gekeken naar:
- het testament van vader;
- de oorspronkelijke aangifte erfbelasting;
- de omvang van het kindsdeel;
- een eventuele renteclausule;
- de manier waarop de rente moet worden berekend.
Het kan om aanzienlijke bedragen gaan.
Welke gegevens heeft u nodig?
Voor een normale aangifte zijn onder andere van belang:
- de aangiftebrief van de Belastingdienst;
- testament of verklaring van erfrecht;
- WOZ-waarde van een woning;
- saldo van bankrekeningen;
- waarde van beleggingen;
- hypotheek- en andere schulden;
- uitvaartkosten;
- levensverzekeringen;
- gegevens van eerdere nalatenschappen en schenkingen.
Hoe eerder deze stukken worden verzameld, hoe gemakkelijker de aangifte kan worden voorbereid.
Hulp nodig bij de aangifte erfbelasting?
Een aangifte erfbelasting lijkt soms eenvoudig, maar fouten bij bijvoorbeeld een woning, oude kindsdelen of een renteclausule kunnen financieel behoorlijk uitpakken.
Erfbelasting-hulp kan de aangifte voor u controleren of volledig verzorgen.
U krijgt persoonlijk contact en vooraf duidelijkheid over de werkzaamheden en kosten.
Dit artikel is algemene informatie en geen individueel fiscaal of juridisch advies.
Bron: Belastingdienst en Rijksoverheid, regels geldend in 2026.

0 Comments